U bevindt zich hier:

Maikel van Wijk

Geplaatst: 19-5-2012

2224 keer gelezen

Sportarts

Jong vak met veel dynamiek
Om sportarts te worden, hoef je niet per sé zelf heel goed in sport te zijn. Maar je moet uiteraard wel interesse in sport hebben. Zelf wist ik al op de middelbare school dat ik sportarts wilde worden. Ik heb nog heel even gedacht over orthopedie, maar sportgeneeskunde is het voor mij wel helemaal. Het heeft veel raakvlakken met de orthopedie, maar is nog breder. Je bent actief bezig, zowel in de spreekkamer als op het sportveld. Ook werk je voornamelijk met jonge en gemotiveerde mensen.

Breed en afwisselend
Na mijn studie geneeskunde in Maastricht, heb ik de opleiding Sportgeneeskunde gedaan in Veldhoven bij het Maxima Medisch Centrum. De opleiding is zeer breed en afwisselend. Je krijgt negen maanden cardiologie, drie maanden longgeneeskunde, twaalf maanden orthopedie en twee jaar sportgeneeskunde. Ook doe je in die laatste twee jaar drie maanden een huisartsenstage en drie maanden een onderzoek op het gebied van inspanningsfysiologie. Kortom, je leert  alles over hart en longen en hoe ze werken tijdens inspanning. Je leert blessures van het bewegingsapparaat te behandelen en advies te geven bij allerlei gezondheidszaken die de sporter tegenkomt.

Schaatsen
Zojuist ben ik met de schaatsers van Jong Oranje naar Berlijn geweest voor de World Cup finale. Twee weken op trainingskamp en vervolgens het weekend voor de wedstrijden. Mijn rol is dan ervoor te zorgen dat de sporters gezond blijven. Je werkt intensief samen met de trainers en fysiotherapeut van het team. De sportarts heeft de eindverantwoordelijkheid over de medische zaken. Ik geef advies of ze wel of niet mee kunnen doen met de training of dat ze aangepast moeten trainen. Ook begeleid ik bij blessures en algemene problemen als bijvoorbeeld verkoudheid, griep of buikpijn. Verder ben ik verantwoordelijk voor het eten. Ik zorg ervoor dat ze op tijd de goede voeding krijgen: koolhydraten, pasta, groente en flessen water, zodat ze geen onnodige infecties oplopen.

Sportmedisch centrum
Sinds januari 2010 ben ik samen met Kasper Janssen als sportarts verbonden aan het Sportmedisch Centrum JBZ. We werken allebei parttime. Er zijn weken dat ik heel veel uren maak, en weken waarin ik veel weg ben zoals afgelopen weken naar Berlijn. In het Sportmedisch Centrum behandelen we mensen met sportblessures. Ook voeren we sportkeuringen uit en geven we sportadviezen. In het project Clubzorg werken we aan het verbeteren van de sportmedische zorg bij sportverenigingen en het voorkomen van blessures. Cliënten kunnen rechtstreeks bij ons terecht of worden doorverwezen door de huisarts of fysiotherapeut.

Sportadvies
Bij het Jeroen Bosch Ziekenhuis trainen een aantal collega’s voor de Alpe d’HuZes. Dat is een wielertocht op de Alpe d`Huez waarbij gefietst wordt om geld in te zamelen voor  KWF Kankerbestrijding. De renners fietsen individueel of in teamverband zes keer de Alpe  d`Huez op en af. Uiteraard heb je daar een behoorlijke conditie voor nodig en moet je van tevoren flink trainen. Wij hebben bij hen een aantal tests gedaan en een persoonlijk trainingsadvies opgesteld. Tijdens een inspanningstest op de fiets met een mondkapje op, kun je bijvoorbeeld de zuurstofopname meten en het duurvermogen en de maximale hartslag bepalen. Aan de hand daarvan kun je iemand een goed trainingsadvies geven. Zelf heb ik twee keer meegedaan aan Alpe d`HuZes samen met de collega’s in Veldhoven, maar dit jaar kan ik niet in verband met mijn nieuwe functie bij de volleybalbond.

Volleybal
Vanaf april ben ik vaste sportarts bij het Nederlandse mannen volleybal team. Het team traint nu voor het EK Kwalificatietoernooi eind mei en de World League eind juni-begin juli. In 1996 hebben de Nederlandse mannen Olympisch goud gewonnen en nu zijn ze goed op weg voor de Spelen in Londen in 2012. De seizoenen voor het volleybal en het schaatsen wisselen elkaar mooi af. Het volleybalseizoen loopt van april tot september en het schaatsseizoen loopt van september tot maart. Bij het schaatsen ben ik invaller voor de wedstrijdbegeleiding, wat overigens in de praktijk betekent dat je ongeveer de helft van de tijd mee gaat. Bij het volleybal ben ik eerste aanspreekpunt.

Zon
Zelf sport ik ook graag. In de zomer ben ik een vrij fanatieke fietser, maar in de winter komt het er niet zo van. Ik ben een impuls-sporter en wacht een beetje op de zon. Af en toe een keer squashen, af en toe hardlopen. Mijn vriendin en ik wonen in een klein dorpje vlak bij Den Bosch. We hebben een boerderijtje, waar ik ook de nodige tijd in steek. In augustus krijgen we ons eerste kind. Dan ben ik van plan om één dag per week een papadag in te lassen. Wel veel veranderingen dus na mijn afstuderen in september vorig jaar. Net deze nieuwe baan en de baan bij de volleybalbond, straks een kind. Erg leuk allemaal.

Jong
Sportgeneeskunde is een jong vak, dat veel in beweging is. Dat maakt het een interessant specialisme. Er zijn in Nederland  ongeveer 100 sportartsen. Een trend binnen de sportgeneeskunde zijn onder andere de beweegprogramma’s voor bepaalde doelgroepen chronische patiënten.  Patiënten met diabetes, obesitas, kanker, enzovoort. Het doel van zulke programma’s is de kwaliteit van leven te verbeteren. Ze hebben een gunstig effect op de gezondheid van de patiënten en de mensen voelen zich er ook psychisch prettiger door. Wij hebben bijvoorbeeld het programma ‘Herstel en balans’ voor mensen  die behandeld zijn voor kanker. Het is goed om aan een ziekenhuis verbonden te zijn om gemakkelijker samen te werken met andere medisch specialisten. Ons vak heeft veel raakvlakken met andere specialismen en mijn collega en ik zijn dan ook vast van plan van die samenwerking een succes te maken.


Laatst gewijzigd:

23 maart 2012


Personalia